zondag 9 maart 2014

Demonenvlucht, mijn verhaal van Shut Up and Write Himalaya

Gisteren was de Shut Up and Write Himalaya-sessie. Voor mij ook erg spannend, want ik had nog nooit eerder een onbekende documentaire gekeken als inspiratie om te schrijven. We bekeken de film Travelogue - Tibet (The Places), een documentaire waarin niet wordt gesproken. Dat was mijn input, daarmee moest ik het gaan doen. 

Niet zo'n docu-mens
Om heel eerlijk te zijn ben ik niet zo'n docu-mens. Als ik tv kijk, kijk ik het liefst films en series. Tja, als schrijver houd ik nu eenmaal het meest van verhalen. Ik moest dus erg wennen aan deze film. Terwijl ik zat te kijken, dacht ik: "Help! Wat moet ik hiervan gaan maken?" Ik twijfelde of ik een gedicht zou schrijven. Of een soort Geert Mak-achtige beschrijving. Maar bijna tegen het einde van de film, nam ik me voor dat het dichter bij mij moest blijven. En wat schrijf ik eigenlijk altijd? Paranormal Romance. Ik begon mezelf af te vragen hoe ik dat kon verbinden met deze film. Het moest in ieder geval proza worden, met een duister tintje eraan vast. Ik weet helemaal niets van de cultuur uit Tibet, dus het was praktischer om in Nederland te beginnen. Dat was bij de voordracht later op de avond ook niet erg, want de bezoekers kwamen immers zelf uit Nederland. En ik wilde er geen gesprekken tussen personages in. Het moest 1 personage zijn die alles dacht en waarnam. Maar geen dialogen, want die zaten immers ook niet in de film. Toen kwam eindelijk de inspiratie los en daaruit kwam dit verhaal voort:

Demonenvlucht

Ik was van huis weggegaan zonder om te kijken. Al tijden doolde er een onrust door mijn lichaam. Ik stopte op straat om achterom te kijken, om te zien wie er naar me stond te loeren, maar er leek nooit iemand achter me te staan. Toch voelde ik me constant bekeken. Het werd moeilijker om eens gefrustreerd tegen een muur te schoppen of om zomaar te lachen omdat de zon schijnt en om af en toe eens lekker op straat te spugen. Dat benauwde me. Alsof iemand langzaam mijn keel dichtkneep en mijn hersens het met steeds minder zuurstof moesten doen. 
Steeds vaker vroeg ik me af of ik werd achtervolgd door een demon. Door een wezen dat niemand anders kon zien, maar dat wel degelijk altijd aanwezig was. 's Avonds werd ik steeds angstiger om het licht uit te doen en ik kwam steeds moeilijker in slaap. 
Zo kon ik niet verder. De behoefte, nee, noodzaak, rees om te vluchten. Dus boekte ik een vlucht en stapte op het vliegtuig naar Tibet, met enkel een stevige gevulde rugzak als gezelschap. 
Tibet moest gewoon gaan werken. Dat stond immers bekend om zijn tempels en Boeddhistische monniken. Om de uitgestrekte landschappen en de rust en de stilte. En geen demonen.
Meteen na aankomst verliet ik de stad en zocht de stilte op. Ik hees mijn rugzak op mijn schouders en trok door het berglandschap. Want, zo redeneerde mijn geest, daar zou ik weinig tot geen mensen tegenkomen. Daar zou ik geen ogen in mijn rug voelen. 

Daar in de bergen werd ik 's ochtends begroet door de zon die over de bergen heen piepte en die het zwarte silhouet van de omgeving langzaam overgoot met kleuren; bruin voor de bergen, groen voor het gras en strakblauw voor de hemel. Het was echter ook fris, want de wind loeide over de uitgestrekte leegheid en de stilte was tegelijkertijd een oorverdovend lawaai. Maar boven alles voelde ik me toch nog steeds bekeken. Nog steeds werd mijn keel dichtgeknepen als ik over mijn schouder keek op zoek naar toeschouwers. Wellicht was het berglandschap teveel van het goede. Als de demon me hier zou aanvallen, was er niemand die me te hulp kon schieten. Misschien moest ik zoeken naar een tussenweg; een bergdorpje bijvoorbeeld. 

Mijn pad voerde me naar een bergdorp. Deze enscenering vormde een sterk contrast met de eenzaamheid op de vlakte. De paden waren afgeladen met mensen en felle kleuren stroomden me tegemoet. Veel rood en goud en bruin en wit. 
Mijn blik werd getrokken naar de gevel, die leek te golven voor mijn ogen. Mijn pupillen probeerden zich scherp te stellen, tot ik bemerkte dat mijn blik al scherp was. De gevel bewoog daadwerkelijk. Boven alle ramen, die rechthoekig waren en vertikaal, hingen smalle gordijnen van strookjes stof, die verantwoordelijk waren voor de golvende beweging. Ik slikte moeizaam. Het voelde bijna alsof die beweging werd veroorzaakt door de adem van de demon. Ik draaide me om en zag een groep mensen die als de branding omhoog rees en neerknielde. Ze brachten hun lichaam naar voren en gingen vervolgens plat op de grond liggen. Daarna kwamen ze in dezelfde beweging weer omhoog. Ze waren in gebed verzonken. De beweging zag er zo dynamisch uit, dat ik me verleid voelde om mee te doen. En wat werkte nu beter tegen een demon dan een gebed? 
Ook ik ging staan, bracht mijn armen omhoog, weer naar beneden, knielde neer en ging plat op de grond liggen. Ik herhaalde dit een paar keer, maar voelde geen rust in me neerdalen. Ik kreeg juist de indruk dat ik zo heel zichtbaar was en dat de demon me uitlachte. Ik verliet de tempel en ging weer op pad. 

Dit keer zocht ik de Lhasa rivier op. De kale vlakte was opnieuw stil, maar het ruisen van de rivier doorbrak de stilte. Mijn ogen koelden zich aan het ijsblauw van het water en mijn oren focusten zich op de stem van de rivier. Ik bemerkte pas hoe rotsachtig de oever was, toen mijn voet tegen een steen stootte en ik languit op de grond belandde. Een brandend gevoel trok door mijn knie en ik zag een vlek als een lieveheersbeestje door een gat in mijn broek. Ik hees mezelf overeind en liep naar het water om het zand uit de schaafwond te wassen en ineens viel het me op. Grote zwarte schimmen gleden over het landschap. Het verhaal van Mozes en de plagen schoot door mijn hoofd. Die zwarte schimmen deden me denken aan de Engel des doods. Ik huiverde en trok verder. 

De weg bracht me naar de Jokhang Tempel. Ook hier golfden de gevels en zwermden de kleuren op me af. Op gouden puntdaken hielden mythische wezens de wacht en tussen hen, aan koperen kettingen, hingen honderden belletjes, die zachtjes tingelden in de wind. Ik stapte de tempel binnen en werd meteen van mijn adem beroofd. Honderden olielampjes stonden bij elkaar op een wand en een drietal vrouwen was bezig om de uitgebrande lampjes droog te wrijven, opnieuw te vullen en te voorzien van een lont. Daarna werden deze nieuwe lampjes weer aangestoken. Voor het eerst voelde ik geen ogen op me gericht. Voor het eerst kon ik kijken zonder te voelen. Gewoon kijken naar de flakkerende vlammetjes, de zwarte kommetjes, de overvloed aan licht. 
Ik denk dat ik daar uren zat. Misschien waren het slechts minuten. Maar toen ik weer naar buiten stapte, was ineens dat gevoel terug. Ik keek op en voor het eerst zag ik ook een blik, gericht op mij. Er stonden twee torens. De één was zwart en de ander was wit. Op beide torens was een paar ogen geschilderd. Ze keken me aan met een strenge blik. Dapper keek ik terug. En ineens kwam het besef. Tijden lang had ik me bekeken gevoeld, maar was er niemand. Nu voelde ik me bekeken en bleken het twee torens met geverfde ogen te zijn. De zwarte schimmen in het landschap waren slechts schaduwen van overtrekkende wolken. Ik had steeds gezocht naar een toeschouwer van buitenaf. 
Maar ik was al die tijd wel degelijk bekeken. Met een strenge blik nog wel. Mijn eigen blik. Mijn eigen oordeel, zonder genade. En nooit was die goed. Nooit was ik goed genoeg. Daarom bleef ik vluchten. Voor de demon die ik zelf had gecreëerd, in mezelf. Maar ik kon naar iedere plaats op de wereld trekken, ik bleef echter mezelf met me meenemen. Daar had ik niet eens een rugzak voor nodig. En op dat ene moment, zojuist, in het gezelschap van al die lichtjes, was ik eens echt tevreden geweest. Was ik eens echt gelukkig geweest en had ik nergens over nagedacht. Had ik nergens over gepiekerd. Had ik eens geen oordeel gehad. Was ik gewoon onderdeel geweest van het moment. 
Een week later nam ik een vlucht terug naar huis.

Voordracht
Het schrijven was deel 1, maar we hadden ook bedacht dat het leuk zou zijn om onze schrijfsels voor te dragen aan de bezoekers van de volgende film. Deze bezoekers zouden namelijk dezelfde film gaan bekijken en zo zouden ze vooraf al een aantal invalshoeken krijgen op de film die daarna vertoond zou worden. De reacties waren erg leuk. Al met al dus een geslaagde middag!

Shut Up and Write Dronten
Lijkt jou dit ook een leuke ervaring? Aankomende woensdagavond is er een nieuwe Shut Up and Write Dronten bijeenkomst, in het pand van XL de Ateliers aan de Amstel in Dronten. Inloop vanaf 19:30 uur, start van het stilte uur is om 20:00 uur. Entreeprijs: €2,50. Bij deze bijeenkomsten is er geen vast onderwerp; je kunt gewoon aan eigen werk schrijven. Na afloop delen we ons geschreven werk en voorzien elkaar van opbouwende feedback. Bovenal vind ik het iedere keer weer erg leuk om met andere schrijvers in gesprek te komen. 

Meer lezen?
Nieuwe uitdaging: http://marijkefjansen.blogspot.nl/2014/03/nieuwe-uitdaging.html?m=1
XL de Ateliers: http://www.xldeateliers.nl

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen